Een gezin met plek in hun hart, hoofd en huis voor een kindje met een verstandelijke beperking.

Mijn naam is Sabine, ik ben 30 jaar oud en 5 jaar getrouw met Joey. Mijn man en ik hebben twee biologische kinderen. Kyan van 5 jaar en Lynn van 3 jaar. Twee heerlijke kinderen waar we super trots op zijn. Sinds kort zijn wij een gezinshuis en hebben wij een kindje in huis met een verstandelijke beperking.
Ik  ben bij mijn beide ouders opgegroeid als oudste dochter, mijn broer is 3 jaar jonger. Mijn ouders werkten maar konden door parttime en onregelmatig werk ons bijna altijd zelf opvangen uit school. Dit vond ik als kind heel prettig. Ik was een eigenwijs kind, ik had altijd overal mijn eigen mening over en stak deze niet onder stoelen of banken. Dit bracht mij regelmatig in conflict met volwassen maar om vriendschappen zat ik nooit verlegen.

Ondanks mijn grote mond en eigen kijk op de wereld, had ik met iedereen wel raakvlakken.

Eigenlijk ben ik nog steeds zo. Gelukkig ben ik wel wat ouder en wijzer geworden. Als puber dacht ik echt een wereldverbeteraar te worden. Ik wilde geen eigen kinderen, er waren al genoeg kinderen op de wereld die ouders nodig hadden. Ik was helemaal voor adoptie en pleegzorg. Op jonge leeftijd zocht ik de mogelijkheden al uit. Op mijn 24ste ontmoette ik Joey en hij was zelfs in onze prille relatie al heel enthousiast over een toekomstig vaderschap. Al mijn gedachten aan adoptie en pleegzorg waren direct vergeten. Toen we na driekwart jaar samen voor een kindje gingen, was het direct raak. Zo snel al, het overviel mij een beetje maar mijn ouders nog meer. Ik had het niet eens verteld dat ik toch wel graag een biologisch kindje wilde hebben. Toen ik net 25 jaar was kwam ik in het ziekenhuis terecht met weeën. De dokters hebben met moeite mijn bevalling een week tegen kunnen houden. Het was verschrikkelijk een week lang medicatie, weeën en vooral angst. Uiteindelijk is Kyan na een zwangerschap van 32 weken geboren. Wat een angstige periode hebben wij toen meegemaakt. Ondanks alle tegenslagen ging het uiteindelijk goed. Na vijf weken ziekenhuis mocht Kyan met sonde naar huis. Onze omgeving vond dat daarmee de kous af was en dat het goed ging met Kyan. Dat wij vele ziekenhuisbezoeken hadden en zusters van de neonatologie afdeling over de vloer werd door hen vergeten.
Ik moest op mijn roze wolk stappen en genieten maar dat is nooit echt gelukt.
Inmiddels zit Kyan op school, is hij even eigenwijs en geliefd als zijn moeder vroeger was. Dat wij meerdere kinderen wilden hebben stond voor ons vast. Ik wilde heel graag nog een ‘normale’ zwangerschap en graag de bekende roze wolk mee maken. Ik zou een zwangerschap met veel medische controles tegemoet gaan, er bestond namelijk een kans dat bij de tweede hetzelfde zou gebeuren. Wij hebben bewust gekozen voor een tweede kind qua leeftijd dicht op de eerste. Dit puur omdat we Kyan zo jong mogelijk wilde hebben mocht er weer zo’n ziekenhuis periode komen. Best heftig als dat heel bewust je beweegredenen zijn. Ook de tweede keer hadden wij het geluk snel zwanger te raken.

Waar ik bij de eerste zwangerschap uit keek naar de echo’s, werd ik er nu langzaam gek van. Vanaf week 8 tot week 32 zat ik iedere 1 a 2 weken gezellig bij de gynaecoloog. Daar kreeg ik eerst medicatie door middel van een prik en later gelukkig met pillen. Daarnaast had ik de pech al met 20 weken thuis te zitten met bekkeninstabiteit. Lynn werd een week nadat de medicatie stopte geboren. Ondanks alle angsten vooraf heb ik deze keer van een roze wolk kunnen geniet. Wat heerlijk is kraamzorg en wat onvoorstelbaar bijzonder is het om je kindje vanaf de geboorte steeds dichtbij je te kunnen hebben. Na enkele dagen kwam de verloskundige op huisbezoek en deze begon over anticonceptie. Voor mij stond toen heel duidelijk vast, “mijn lijf is niet gemaakt voor voldragen van een kindje”.

 

Ik ben klaar!

 

Deze mening is nooit veranderd, altijd is daar de angst gebleven. Ik ben een hele enthousiaste moeder, altijd met van alles bezig en daardoor vrij makkelijk naar de kinderen toe en erg meegaand in hun wensen.
Daarnaast ben ik best streng, regels en afspraken zijn er om nagekomen te worden. Ik ben heel nuchter “of inmiddels van de roze wolk gevallen”. Kinderen zijn gewoon vermoeiend en vragen alles van je wat je hebt en het liefst nog iets meer. Alleen naar de wc. Wat is dat? Uitslapen? Rust aan tafel? Ieder weekend op stap? Dat is echt verleden tijd maar de kinderen zijn het meer dan waard en ze leren mij te genieten van de kleine dingen in het leven.

Na mijn opleiding tot lerares kwam ik via een omweg in de gehandicaptenzorg terecht. Ik werkte met kinderen die door de jeugdbescherming uit huis waren gehaald. Net als hun ouders bleken deze kinderen een verstandelijke beperking te hebben en kwamen in een instelling terecht en niet in aanmerking voor de reguliere pleegzorg. Ik vond dit zo triest, er waren altijd wel kinderen die het ritme van een instelling eigenlijk niet aan konden. Verschrikkelijk vond ik dat, ik had die kinderen zo graag mee naar huis genomen en een veilig thuis gegeven maar ja die gedachte was niet professioneel….

De combinatie van twee heftige zwangerschappen waarna bij Lynn ook het eerste jaar heel stroef verliep, brak me uiteindelijk op. Ik kon er niet voor mijn kinderen zijn op de manier die ik wilde, ik had PTSS, ging te lang door op m’n werk en kwam uiteindelijk depressief thuis te zitten. Dit maakte dat ik mijn leven en de keuze die ik daarin nam flink onder de loep heb genomen. Ik wilde er voor mijn kinderen zijn op een manier die meer bij mij paste. Ik ben nou eenmaal eigenwijs, doe de dingen graag op mijn eigen manier en wilde een baan die daarbij paste. Ik heb me helemaal rot gezocht op het internet.

Uiteindelijk vond ik het. GEZINSHUIZEN!!!!

Een gezinshuis is eigenlijk een gezin met plek in hun hart, hoofd en huis voor kindje met een verstandelijke beperking. Een belangrijke vereiste daarbij is wel dat je als gezinshuisouder de juiste papieren hebt en ervaring. Heb je boven genoemde (plek in je hart, hoofd en huis), maar geen papieren, dan adviseer ik je bij deze om je te verdiepen in pleegzorg. Met behulp van de organisatie Syndion, die bij ons in de regio gezinshuizen biedt, zijn mijn man en ik ons steeds verder gaan verdiepen. Na de eerste overwegingen en gesprekken volgden uitgebreide onderzoeken door middel van vragenlijsten en gesprekken naar ons als mens en medewerker. Dit voelde toen behoorlijk overdreven, maar ja de weg die we blijkbaar hoorden te bewandelen. Weer later werd er gezocht naar een match. Tussen gezinshuis en kind. Het moet natuurlijk bij elkaar passen.

Om een lang verhaal kort te maken. Ruim een jaar na mijn depressie kon ik mijn voormalige baan als persoonlijk begeleider gehandicaptenzorg bij een andere organisatie opzeggen. De precieze Google actie ontstond na een artikel wat ik in een tijdschrift voor jonge moeders las over pleegzorg. Ik was direct enthousiast. In mijn hoofd moest er wel zoiets bestaan als pleegzorg voor kinderen met een verstandelijke beperking. Ik vond gezinshuizen in een andere regio en WOW wat ik zocht bestond gewoon, “Ongelooflijk”. Door de term gezinshuizen kon ik gericht in onze omgeving zoeken en ik vond een vacature. Toen mijn man uit z’n werk kwam liet ik hem eerst het artikel lezen en maakte een bruggetje naar de vacature. Deze introduceerde ik als ‘mijn nieuwe baan’. Ik kan je vertellen dat Joey mijn enthousiasme in eerste instantie niet echt kon delen maar een dag laten gingen we toch serieus het gesprek aan over de opties!

We hebben gedurende het traject wel 100 keer besproken of we het allebei nog steeds de beste optie vonden.

Steeds bespraken we de nadelen maar het woog niet op tegen de voordelen.
Ik kwam op 30 mei in dienst bij Syndion als gezinshuisouder. Als gezin zijn wij gezinshuis geworden. Met elkaar bieden wij C. een thuis, een zo’n normaal mogelijk leven in een gezin nu hij niet in zijn eigen gezin kan blijven. Voor de buitenwereld lijkt er geen verschil te bestaan tussen gezinshuis en pleeggezin. Heel simpel je neemt de kind van een ander in huis, dus het is pleegzorg. Doordat het nu mijn werk is heeft iedereen in het gezin er voordeel van. Ik ben namelijk een soort huisvrouw/ thuis-blijf-moeder geworden. Waar ik voorheen voor twee kinderen zorgde, doe ik dat nu voor drie. Waar je soms afspraken hebt en instanties voor je biologische kinderen, heb ik dat ook voor C. Alleen dan wat meer. Ik kan het echter wel zelf plannen en dat doe ik vooral onder schooltijd natuurlijk. Daarnaast moet ik plannen, rapportages en evaluaties schrijven, maar dat kan ik ook allemaal zelf plannen. Mijn kinderen hoeven niet meer naar een opvang en ik kan er zelf voor ze zijn.

 Ik heb mijn werk in huis gehaald en dat geeft enorm veel vrijheid.

Het daadwerkelijke verschil zit hem niet aan de kant van het kind maar aan de kant van het gezin. Bijna ieder gezin kan in aanmerking komen om pleeggezin te worden. Als ouder wordt je uitgebreid geïnformeerd over de nadelen en de moeilijke kanten van pleegzorg. (Die zijn er ook) Je wordt gescreend als ouder en je krijgt een pleegzorgvergoeding voor onder andere onkosten. Het kind gaat soms op bezoek of uit logeren bij de ouders.

Als gezinshuis kom je parttime in dienst bij een organisatie voor gehandicaptenzorg. Hiervoor heb je diploma’s nodig. De screening is nog veel uitgebreider dan bij pleegzorg. Na het salaris heb je een onkostenvergoeding. Zoals in de zorg normaal is moet je uitgebreide plannen schrijven en daarnaar handelen. Als gezinshuis heb je recht op één vrij weekend per maand en vakantie dagen. Het kind gaat dan uit logeren. Het kind staat eerst onder toezicht bij een jeugdzorg organisatie. Deze vraagt de voogdij aan bij de rechter. In de gevallen van pleegzorg en gezinshuizen worden de ouders door de rechter uit de ouderlijke macht gezet. De voogdij gaat naar een voogd van een organisatie. De voogd is verantwoordlijk voor het vinden van een woonplek en houdt de rest van de jeugd toezicht en blijft verantwoordelijk voor het welzijn van de jeugdige. De meeste kinderen (zonder bekende problematieken) komen in de pleegzorg terecht. Kinderen met een beperking kunnen moeilijker geplaatst worden in een pleeggezin. Dit door de extra zorg die ze nodig hebben. Veelal komen deze kinderen in een woongroep of een instelling terecht. Voor veel kinderen is dit de enige, maar niet de beste oplossing. Soms vindt een voogd met behulp van een organisatie voor gehandicaptenzorg een gezinshuis dat past bij de specifieke wensen van het kind.

In Nederland is een groot te kort aan pleeggezinnen.
Ook wordt er constant gezocht naar potentiële gezinshuizen.

Het traject bestaat uit kennis maken en informeren. Daarna volgen verschillende vragenlijsten voor ons, bekenden en onze werkgever. Dan volgt er een zeer uitgebreide persoonlijkheidstest en analyse daarvan. Tot slot wordt er gezocht naar een match.

 

Volgende week lees je hoe de kinderen en familie hierop reageerde en hoe ze het is bevallen.

Laat een reactie achter