Voor 43% van je huid verbrand maar niet verslagen.

Ik weet nog goed dat ik ’s morgens vroeg een luchtje ging scheppen en ik de vogeltjes hoorde fluiten. Ook zag ik iemand zijn hond uitlaten. Ik begreep niet goed hoe dat kon want de wereld stond toch stil! Hoe durfde die man zijn hond uit te laten! Toen begreep ik dat niet de wereld stilstond maar mijn wereld en realiseerde ik me dat er iets was gebeurd wat mijn leven totaal zou veranderen.

Na een aantal dagen konden de organen van André worden onderzocht. Het is dan wel zo dat de brandhaard uitwendig is gestopt maar van binnen kan het nog door “branden”. Zijn huid (de grootste orgaan) was voor 43% verbrand. Dat is bijna de helft dus dan is het heel belangrijk hoe het met je andere organen gaat. Gelukkig kwam het goede nieuws dat, voor zover ze het konden zien, deze niet waren aangetast. De dokter vertelde ook dat hij in een “goede” levensfase zat.

In de dertig, gesetteld en stabiel!

Een kind bijvoorbeeld moet nog groeien dus dat heeft veel meer consequenties voor de huid. In het begin sliepen mijn ouders en schoonouders bij mij in huis. Zij wisselden om de 3 dagen. Zolang André nog niet buiten levensgevaar was moest ik ten aller tijden gelijk weg kunnen. Ondertussen draaide thuis alles gewoon door. Gino zat net in groep 1. Ik had hem verteld dat papa ziek was geworden en in het ziekenhuis moest blijven om beter te worden.

IMG_0440

Hij en zijn vader waren (zijn) 2 handen op 1 buik dus ik was bang dat hij dit niet zou accepteren maar dat gebeurde gelukkig wel. Jessie was een vrolijke baby die heerlijk werd vertroeteld door haar opa’s en oma’s.

De beide oma’s zorgde dagelijks voor het eten en ik weet ook nog wel dat Gino het maar raar vond dat we nu in het weekend ook groente aten! Dan aten we toch altijd wat lekkers? Waar ik later heel dankbaar voor ben geweest is dat mijn moeder “eiste” dat ik Jessie haar laatste fles van de dag zou geven. Ik reed heen en weer tussen huis, school en het bwc, en dat 2x per dag. Zij vond dat moment met Jessie heel belangrijk want ik zag haar nauwelijks meer en het was één van de weinige rustpuntjes. Ik realiseerde me op een avond, terwijl ik haar aankeek, dat zij haar vader nooit “normaal” zou zien, zoals voor het ongeluk. Hij had zijn handen voor zijn gezicht geplaatst maar een gedeelte van zijn hoofdhuid, zijn oren, hals, armen, borst en bovenbenen waren 1e, 2e en 3e graads verbrand.

Voor de 2e en 3e graads verbrandingen waren huidtransplantaties nodig.

Nadat we hoorden dat de andere organen niet waren aantast kreeg André zijn 1e huidtransplantatie. Er werd huid van zijn bovenbenen afgeschraapt en dit werd gebruikt voor zijn armen. De week erna kreeg hij zijn 2e transplantatie voor zijn bovenbenen.

Toen kwam het verlossende gesprek dat hij buiten levensgevaar was en ze hem uit zijn kunstmatige coma gingen halen. We hebben met zijn allen om de dokter heen staan te huilen.

Van de 15 draden, toeters en bellen ging er ééntje weg maar het was een begin! André lag in een steriele kamer met een afzuigsysteem boven hem (elke infectie zou fataal kunnen zijn), helemaal onherkenbaar in het verband en ontzettend opgeblazen. Dit kwam omdat hij heel veel vocht toegediend kreeg daar zijn huid “weg” was en zijn lichaam dit nodig had om het te herstellen. In combinatie met alle toeters en bellen en het schort wat ik zelf aan moest over mijn kleren, maakte dat ik me heel ongemakkelijk bij hem voelde. Aan de ene kant wilde ik aan zijn bed gaan zitten en zijn hand vasthouden maar aan de andere kant zat ik het liefst ineengekropen achterin de kamer, doodsbang dat er een belletje af zou gaan of dat hij bij zou komen.

Op het moment dat ze de slaapmedicatie stoppen konden ze niet precies zeggen wanneer iemand bijkomt, dat hangt van heel veel factoren af. Ook kunnen ze niet zeggen hoe iemand eruit komt. Bijvoorbeeld totaal verward of in paniek.

Gelukkig was André rustig bij gekomen maar kon hij nog niet gelijk praten. Ten eerste was hij helemaal de weg kwijt door alle medicatie, waaronder morfine, en had hij nog een zuurstofslang in zijn mond. Stukje voor stukje ging hij weer zelf ademen en mocht de tube eruit. De 1e keer dat hij wat zei liep ik op het schoolplein.

Ik werd gebeld door het bwc dat André mijn naam had gezegd en ik heb spontaan een vreugdedansje gedaan, wat er voor de andere mensen op het plein natuurlijk heel raar uitzag maar

so what!

André kreeg, nadat hij bij was gekomen, diverse huidtransplantaties maar hij sloeg zich er dapper doorheen. De dokter had verteld dat hij ongeveer een half jaar in het bwc zou liggen. Voor André zelf was dit een no-go! Hij zou alles op alles zetten om dit te verkorten. Dagelijks kreeg hij 4000 calorieën omdat zijn lichaam dit nodig had voor herstel. Hij at/dronk dit zonder pardon op, hoezeer het hem ook tegen stond. Na 2 maanden mocht Gino voor het eerst op bezoek. De “levensbedreigende” transplantaties waren achter de rug. André verheugde zich enorm op dit bezoek want hij had zijn kinderen al die maanden niet gezien. Uiteraard hadden we, toen het mocht, foto’s opgehangen in zijn kamer. Deze was trouwens helemaal behangen met kaarten met lieve woorden van familie, vrienden, collega’s etc.

De kinderpsycholoog had Gino van te voren uitgelegd hoe papa eruit zou zien. Zij had dit door middel van een pop met slangetjes op een bed helemaal visueel voor hem gemaakt. Met zijn nieuwe brandweerauto liepen we André zijn kamer binnen. In het begin vond hij het heel eng maar langzaam liep hij op papa af om hem een kusje te geven. Voor André was dit een zeer mooi maar ook zwaar moment.

Hij kon zijn zoon niet vastpakken zoals hij dit wilde.

Dat was een onverteerbaar feit. Terwijl ik dit opschrijf krijg ik ook weer tranen in mijn ogen. Gino heeft hier gelukkig weinig van mee gekregen. Het enige wat hij raar vond was papa zijn stem. Deze was anders maar dat kwam doordat er wekenlang een tube in had gezeten. Na een klein half uurtje gingen we weer naar huis en er werd afgesproken dat Gino elke woensdag- en zondagmiddag een half uurtje op bezoek mocht komen als André het aankon.

Normaal mogen er geen kinderen onder de 12 in het brandwondencentrum. Jessie was nog een baby dus zij mocht absoluut niet komen.

Ook dit was erg moeilijk. Helemaal omdat André zich het begin niet kon herinneren dat hij ook nog een dochter had. Hij voelde zich daar erg schuldig over.

Met behulp van de fysiotherapeut, de psycholoog en de verpleegkundigen knokte André zijn weg terug. De 1e keer dat hij in een stoel mocht zitten was aangebroken en voelde voor ons als een mijlpaal. Met hulp werd hij erin gezet en na precies 30 seconden vroeg hij of hij weer mocht gaan liggen. Ik zie hem nog zitten: hij probeerde rechtop te gaan zitten maar hij had geen controle over zijn hoofd, zijn armen en zijn benen. Als een slappe pop hing hij in de stoel en voelde het aan als een recordpoging die was mislukt. “Time heals all wounds” en dus herpakte hij zich en ging door. Na elke transplantatie was het 2 stappen terug en 3 vooruit.

Ondertussen was het oktober geworden en kwam zijn verjaardag in zicht. Met naaste familie en Erik en Daphne mochten we dit heugelijke feit in de bezoekerskamer in het bwc vieren. Het mocht een uurtje duren. Ook weer een spannend moment want André zou Jessie weer voor het “eerst” zien.

Allemaal gekleed in een geel schort kwamen we de bezoekerskamer binnen en gaf ik Jessie aan André. Dit was voor hem ook een zeer emotioneel maar moeilijk moment. Ze was 5 maanden en hij kon haar niet goed vastpakken. Ze begon te huilen en overstrekte zich. André kon zijn armen nog steeds niet goed buigen dus moest hij haar al gauw uit handen geven. Maar zoals André was herpakte hij zich en zei dat hij dat hij al blij was dat hij naar haar kon kijken en haar kon aanraken.

Omdat André in het bwc lag hadden wij al maanden geen “normaal” leven meer. Alle dingen die zo gewoon lijken hadden we niet meer samen gedaan. Een goede vriend van hem, Ron, had met een cateraar uit de buurt en het bwc geregeld dat we een keer met elkaar konden dineren.

In een klein kamertje in het bwc was de tafel gedekt, stonden er kaarsen op tafel en speelde er een romantisch muziekje. Wat was dat een verademing om eens met zijn 2-en te zijn en samen te eten. Het voelde supergoed aan en we hadden dan ook heerlijk genoten.

André knokte zich een weg naar zijn herstel want de dokter had hem ook verteld dat een goede instelling al 50% van zijn genezing zou zijn. Als de fysiotherapeut zei dat ze morgen zonder rollator gingen lopen zei André dat dat dan ook nu kon!. Waarom wachten tot morgen! Het bwc was niet heel groot en we hebben dan ook aardig wat rondjes heen en weer gelopen. Zijn goede inzet werd “beloond” want eindelijk kreeg hij het zinnetje te horen waar hij al maanden voor aan het vechten was: “hij mocht naar huis”. Naar zijn vrouw en zijn gezin. Al met al 2 maanden eerder dan de indicatie dus weer hebben we staan te huilen van geluk.

Ik kan je wel zeggen dat de zakdoekenfabrikant door ons een goed omzetjaar heeft gedraaid!

15 november was het dan eindelijk zover.

Maar zo fijn en goed als het klonk was het helemaal niet. Eigenlijk begon “het” nu pas. Voor André was er geen verpleging of dokter in de buurt als hij zich onzeker voelde en ik had 3 kinderen in plaats van 2. Ook moesten we 3x per week naar het bwc zodat André daar in bad kon, zijn wonden werden verschoond en alles opnieuw werd verbonden. Dat was voor hem een hele opgave. Hij sliep nog heel veel en na zo’n bezoek aan het bwc was hij helemaal versleten. Hij kreeg ook een drukpak aangemeten. Dit moet je zien als een soort superstrak surfpak om ervoor te zorgen dat er geen littekenhypertrofie ontstond; dit zijn grote, rode en bobbelige littekens bovenop de huid. Hij droeg dit 24 uur per dag voor 2 jaar.

De zomer erop was één van de warmste dus je begrijpt dat hij heel wat heeft afgezien. Zweten via zijn borst ging niet meer door de transplantatie dus als hij het warm had (en heeft) komt alles eruit via zijn hoofd.

We moesten ook weer wennen aan elkaar. Naast elkaar in bed liggen voelde heel gek aan. Mede omdat André alleen maar op zijn rug kon liggen met zijn armen gekruist op zijn borst. Voor mij voelde het aan alsof ik naast een “dode” lag. Ook had ik de neiging om overal bij te helpen omdat hij nauwelijks zelf iets kon. Toen hij net thuis was wilde hij de radio aanzetten en zakte hierbij door zijn benen. Ik had constant de neiging om alles al voor hem te doen en te vragen of het ging. Gek werd hij ervan. Ook zaten we nu constant op elkaars lip. Beetje bij beetje moesten we allebei ons plekje weer terugvinden.

Tussen André en de kinderen ging het wel super. Ook al kon hij niet veel, hij luisterde altijd naar Gino zijn verhalen en als hij kon “speelde” hij met Jessie.

IMG_0443

Helaas eiste het toch zijn tol en midden december werd André weer opnieuw opgenomen. Zijn wonden genazen niet goed en hij had een infectie opgelopen. Voor hem, maar ook voor mij, was dit op dat moment een opluchting. Okee, het was wel weer 2x per dag op en neer rijden maar de druk was van de ketel. Het klinkt heel stom maar nu wist ik, als hij weer naar huis mocht, wat me te wachten stond. Met de kerst mocht hij tijdelijk 2 dagen naar huis en uiteraard was dit een kerst met een speciaal tintje. Nadat hij weer terug was in het bwc mocht hij eind januari definitief naar huis. Vanaf toen ging het steeds beter. Van mijn werk had ik bijzonder verlof en het leek ons een goed moment om mijn werk weer op te pakken. Wat een verademing was dat. Even een paar uurtjes alleen maar aan mezelf denken of de problemen van een ander aan horen, heerlijk vond ik het. André heeft daarna nog 2 transplantaties gehad maar in mei was hij er ook aan toe om zijn werk, uiteraard aangepast, op te pakken. Hij werkte in Den Haag dus reizen met de trein was geen optie. Maar zijn collega haalde hem 2x per week op om een paar uurtje te werken en dan weer thuis te brengen. Super was dit, net zoals al die mensen die er maanden voor hadden gezorgd dat de boodschappen werden gedaan, er werd gekookt, schoongemaakt, zorgde dat de auto het deed, oppaste en ons steunde op wat voor manier dan ook.

Voor André is het een lange slopende weg geweest maar ik kan niet anders zeggen dan dat hij er zich als een topper doorheen heeft geslagen en nog steeds doet. De 1e keer dat we op vakantie gingen nam hij Jessie bij de hand en gingen ze “handdoeken” kijken in hun badkleding. Zo kon iedereen “zien” hoe hij eruit zag. Kijken doen de mensen toch wel maar nu had iedereen de kans om hem uitgebreid te “begluren”. Inmiddels zijn we 12 jaar en 21 operaties verder. Hij werkt weer volledig en ondanks een paar kleine beperkingen kan hij alles weer doen. Of André zijn laatste operatie heeft gehad weten we niet maar dat zal de tijd leren. We genieten nu in ieder geval volop van het leven, van onze kinderen en van elkaar!

IMG_0587

Carola

Lees ook deel 1 van deze Blog

Laat een reactie achter

5 reacties